Hollanderclub Nederland

waarbij ondergebracht de Witte van Hotôt

Foktechnische Commissie

In 2002 heeft het bestuur van de Hollanderclub de Foktechnische Commissie (FTC) ingesteld. De commissie bestaat uit de volgende leden:
Wim Lindeboom (voorzitter), Theo Janssen, Hans Puttenstein, Jan Mars en Jan P. Posthumus (secretaris).

De Foktechnische Commissie is een soort adviesraad voor leden en bestuur van de Hollanderclub aangaande allerlei zaken die de fokkerij en het tentoonstellen van Hollanders en Witte van Hotôts betreffen, in de meest brede zin. Zo zijn de afgelopen jaren discussies gevoerd over bepaalde kleurslagen van de Hollanders, gewichtsgrenzen en andere keuringsaspecten en zijn keuringsrichtlijnen aangepast. Ook het keurmeesterbeleid van de Hollanderclub is uitvoerig voorbereid is samenspraak met de FTC. Verder is de FTC nauw betrokken bij de organisatie van de Uniformeringdagen voor Keurmeesters en bij de Hokbezoeken.

De FTC vergadert tweemaal per jaar.
Tijdens de laatste bijeenkomst in oktober 2013 hebben we uitvoerig gediscussieerd over de kwaliteit van de Hollanders in de afgelopen jaren. We zien minder vaak een Hollander op de HEP. Gaat de kwaliteit van de Hollander achteruit, zoals een aantal keurmeesters veronderstelt? Binnen de Hollanderclub is het motto: eerst type en bouw, dan tekening, dan kleur. De discussie hierover veranderde de prioriteitsvolgorde niet, maar we moeten wel degelijk aandacht schenken aan tekening en kleur. Te vaak zien we dieren met bijv. een duidelijke haak in onderband, manchetten of in een ander tekeningbeeld toch 14 punten op de kaart scoren. Deze dieren maken geen schijn van kans op de HEP, al hebben ze een fraai type/bouw. Op de Uniformeringdag zal hier aandacht aan besteed worden.

Ook hebben we een interessante discussie gehad met Coen van Slooten over zijn Hollander fokkerij.
Coen hanteert een aantal duidelijke uitgangspunten. Bouw en type staan voorop, dat kun je ook goed vastleggen in je stam. Dieren met uitsluitingfouten worden niet gebruikt voor de fokkerij. Coen adviseert beginnende fokkers om klein te beginnen en niet te veel dieren te houden. De beginnende fokker kan het beste dieren van een goede fokker uit een goede stam aanschaffen (bouw en type liggen dan immers al vast!) en niet beginnen met te veel dieren van verschillende fokkers aan te schaffen. Nog een advies voor de beginnende fokker: probeer kleine stappen te zetten om je fokkerij te verbeteren en niet alles tegelijk aan te pakken. Vaak willen mensen te snel. Andere uitgangspunten die Coen hanteert: weinig bijkopen en een eenmaal aangekocht dier voorzichtig en beperkt gebruiken in de fokkerij. Bijv. een aangekochte  ram inzetten op hooguit één voedster en daarvan één goed jong aanhouden, i.p.v. de aangekochte ram breed in te zetten.  Verder: zwart op zwart en blauw op blauw, (kleur op kleur) dus niet onderling kruisen. Maar ook binnen de zwarte kleurslag wordt streng geselecteerd. Dieren met een bruine waas gaan eruit, evenals dieren met witte haren op de oorranden.
Heb je bouw en type eenmaal goed vastgelegd in je stam, dan kun je ook makkelijker op tekening selecteren. Jongen met een open nek en andere hardnekkige tekeningfouten zoals manchetten met een haak aan de buitenkant, niet goed afgeronde kopplaten worden uitgeselecteerd. Ook de kopvorm is belangrijk, dieren met een lang neusbeen  worden niet aangehouden. De uniformiteit van tekening in een nest met jongen is ook een belangrijk gegeven voor de fokker.

Uiteraard is teruggeblikt op de Uniformeringdag voor Keurmeesters en de Fokkersdag. De workshop over het keuren van de Witte van Hotôt tijdens de afgelopen Fokkersdag is goed bevallen. De FTC vindt dat we hier volgend jaar mee moeten doorgaan en dan ook de WvH fokkers erbij uitnodigen. Het is belangrijk dat we zowel bij de fokkers maar ook bij de keurmeesters meer betrokkenheid bij de WvH krijgen.

Ben Meijer.